Overzicht van de Belgische militaire ontplooiing in het kader van de NAVO-versterking van de oostflank

Inleiding

 

In het kader van de evolutie van de veiligheidssituatie aan haar oostgrens, heeft de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) een reeks versterkingen in plaats gesteld. Sinds de invasie van Rusland in Oekraïne zijn deze inspanningen van de NAVO en haar lidstaten nog sterk toegenomen.

 

Zoals het door de Secretaris-Generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg, al vaak werd benadrukt, maakt de NAVO geen deel uit van het conflict en is ze niet in een gewapend treffen betrokken met Rusland. Het is ook nooit de intentie geweest van het NAVO-bondgenootschap om hierop aan te sturen. Als betrouwbare organisatie tracht ze wel haar lidstaten te steunen waar mogelijk, zonder actief militair op te treden, teneinde een escalatie van het conflict op grotere schaal te vermijden.

 

Als betrouwbare en plichtsbewuste bondgenoot levert ook België een belangrijke bijdrage hiertoe. Om een goed overzicht te krijgen, worden enkele NAVO-initiatieven waaraan de Belgische Defensie bijdraagt in de rubrieken hieronder uitgelegd.

Overzicht van de Belgische militaire ontplooiing het kader van de NAVO-versterking van de oostflank. Mei 2022. ©Defensie

De NATO enhanced Forward Presence (eFP)

 

Vóór de illegale annexatie van de Krim door Rusland in 2014 had de NAVO geen plannen om gevechtstroepen in het oostelijke deel van haar grondgebied in te zetten.

 

Op de NAVO-top van 2016 in Warschau kwamen de regeringsleiders van alle lidstaten overeen om de aanwezigheid in het oosten en zuidoosten van het NAVO-grondgebied te versterken als reactie op de toegenomen instabiliteit en onveiligheid langs de buitengrenzen.

 

Het betreft de grootste versterking van de collectieve verdediging van de Alliantie sinds de Koude Oorlog.

 

De afgelopen jaren hebben de bondgenoten de aanwezigheid op de oostflank van het NAVO-grondgebied versterkt door middel van de “enhanced Forward Presence” (eFP) in Estland, Letland, Litouwen en Polen en de “Tailored Forward Presence” (tFP) in het Zwarte Zeegebied.

 

De “enhanced Forward Presence” (eFP) van de NAVO, die sinds juli 2017 volledig is ontplooid, bestaat uit vier multinationale “Battle Groups” ter grootte van bataljons, die op vrijwillige, volledig duurzame en roterende basis worden geleverd door “Framework Nations” (FN) en andere bijdragende bondgenoten of “Troop Contributing Nations” (TCN). De Battle Groups opereren in overleg met de nationale binnenlandse strijdkrachten en hebben een permanente aanwezigheid in de “Host Nations” (gastlanden Estland, Letland, Litouwen en Polen).

Samenstelling van de vier Battle Groups in het kader van eFP @NATO 10 februari 2022

De Belgische Defensie leverde al vijf bijdragen in het kader van de eFP:

 

  • 2017: een compagnie transport in Litouwen
  • 2018: een compagnie manoeuvre, eveneens in Litouwen
  • eerste semester van 2019: een compagnie manoeuvre in Estland
  • tweede semester 2019: een compagnie manoeuvre in Litouwen
  • 2021: opnieuw een compagnie manoeuvre in Litouwen.

 

Ook in 2022 zal de Belgische Defensie haar bijdrage leveren aan de eFP-Battle Group in Litouwen.

Belgische militairen tijdens live-fire training in Litouwen in 2021 in het kader van de enhanced Forward Presence (eFP) van de NAVO @Defensie

Als reactie op de Russische invasie van Oekraïne kwamen de staatshoofden en regeringsleiders tijdens de buitengewone NAVO-top in Brussel op 24 maart 2022 overeen om nog vier multinationale gevechtsgroepen op te richten in Bulgarije, Hongarije, Roemenië en Slowakije. Dit brengt het totale aantal multinationale gevechtsgroepen op acht. Deze strekken zich uit over de hele oostflank van de NAVO, van de Oostzee in het noorden tot de Zwarte Zee in het zuiden.

 

Vandaag toont deze Forward Presence de solidariteit, vastberadenheid en het reactievermogen van het NAVO-bondgenootschap om onmiddellijk te reageren op elke agressie.

De NATO Response Force (NRF)

 

De NATO Response Force (NRF) is de snelle-interventiemacht van de NAVO en bestaat uit een goed getrainde, multidisciplinaire, multinationale troepenmacht. Deze staat 24/7 en 365 dagen per jaar paraat om in zeer korte tijd te reageren op het volledige scala van veiligheidsuitdagingen, van crisisbeheersing tot collectieve verdediging. De NRF is gebaseerd op een rotatiesysteem waarbij geallieerde landen eenheden voor land-, lucht-, zee- of speciale operaties (SOF) klaar houden voor een periode van 12 maanden.

 

De NAVO-bondgenoten besloten in 2014 om de NRF te versterken door een zeer snelle-interventiemacht (flitsmacht) te creëren, bekend als de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Deze interventiemacht van de NAVO is het snelst inzetbare deel van de NRF en kan indien nodig reeds binnen enkele dagen ingezet worden.

 

Deze enhanced of verbeterde NRF is een van de maatregelen van het Readiness Action Plan (RAP), dat tot doel heeft te reageren op de veranderingen in de veiligheidsomgeving en zo de collectieve verdediging van het NAVO-bondgenootschap verder te versterken.

 

Frankrijk staat sinds 1 januari 2022 aan het hoofd van de VJTF Land Forces, en dit voor de periode van een jaar. De leiding over de VJTF wordt jaarlijks overgedragen tussen de bondgenoten. Frankrijk nam de fakkel over van Turkije dat in 2021 de troepenmacht leidde. Het algemene bevel over de NRF behoort sinds 3 mei 2019 toe aan de ’NAVO haar Geallieerde Opperbevelhebber voor Europa (Supreme Allied Commander Europe – SACEUR), een Amerikaanse generaal.

 

Als reactie op de onrechtmatige invasie van Rusland in Oekraïne, activeerde de NAVO op 25 februari 2022 voor het eerst elementen van de NRF in een afschrikkings- en defensieve rol. In dat kader hebben de bondgenoten duizenden extra troepen – samen met gepantserde voertuigen, artillerie-eenheden, schepen en vliegtuigen – in hoge paraatheid gesteld om het NAVO-grondgebied en haar bevolking te verdedigen.

 

België maakt dit jaar met een detachement van zo’n 300 militairen deel uit van het speerpuntbataljon onder Frans bevel binnen de VJTF. Dit bataljon werd geactiveerd en sinds 8 maart 2022 ontplooid in Roemenië om hier een van de vier bijkomende Battle Groups op te starten die alle vier kaderen in de initiatieven onder de noemer eVA of “enhanced Vigilance Activities”. De opdracht, door de Fransen “Mission Aigle” en door de Belgen “Operatie Black Eagle” genoemd, werd op 1 mei omgedoopt tot de Battle Group Forward Presence in Roemenië (BG FP ROU), naar analogie met de – sinds juli 2017 – wederkerende en permanente eFP Battle Groups in de Baltische Staten en Polen.

De Belgische Chef Defensie, admiraal Michel Hofman en zijn Roemeense ambtsgenoot, generaal Daniel Petrescu, tijdens een bezoek aan de troepen in Roemenië op 13 april 2022. @Defensie

Naar aanleiding van de dreigementen over het mogelijke gebruik van onconventionele wapens tegen Oekraïne stuurde Defensie in april 2022 ook CBRN-instructeurs (Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair) naar Roemenië om herhalingscursussen te geven aan het Belgische detachement om klaar te zijn in het geval van een onconventionele aanval.

De NAVO Air Policing

 

De bescherming van het NAVO-luchtruim is een collectieve verantwoordelijkheid van haar lidstaten. Deze vereist luchtverdedigingsmiddelen die binnen een zeer korte tijd beschikbaar zijn. Daarom is de Belgische Defensie ook in het luchtruim reeds actief betrokken bij de verschillende NAVO-operaties aan de oostflank van Europa.

 

De NAVO beschermt het Baltische luchtruim sinds 2004, toen Estland, Letland en Litouwen tot de Alliantie toetraden. De drie Baltische staten beschikken immers niet over eigen gevechtsvliegtuigen om de luchtpolitie boven hun grondgebied te verzekeren. NAVO-lidstaten die wel over een Air Policing capaciteit beschikken, dragen dan ook vrijwillig bij aan de NAVO Baltic Air Policing missies (BAP). Deze verantwoordelijkheid wordt om de vier maanden overgedragen tussen de bondgenoten. De capaciteit voor de missie in de Baltische staten werd tot stand gebracht door de inzet van NAVO-gevechtsvliegtuigen op de luchtmachtbasis Šiauliai in Litouwen. Sinds 2014 gebruikt de NAVO ook de luchtmachtbasis Ämari in Estland en Malbork in Polen voor de inzet van extra Air Policing middelen in het kader van de Enhanced Air Policing Mission (EAPM). Deze missie is ontstaan na de Russische annexatie van de Krim in 2014.

 

De Belgische Luchtcomponent nam met een F-16 detachement reeds elf keer deel aan de bewakingsmissie van het Baltische luchtruim. Onze F-16-piloten en het ondersteunend personeel stonden de klok rond paraat als Quick Reaction Alert (QRA) of luchtpolitie en voerden patrouillevluchten uit om de veiligheid in het Baltische luchtruim te garanderen. In maart 2004 was België het eerste land dat het luchtruim boven de Baltische staten beschermde. Elke missie duurt vier maanden, waarbij onze F-16’s dag en nacht het luchtruim bewaken.

Belgische F-16's onderscheppen twee Russische Tupolev TU-160 Blackjack, waarvan er een zichtbaar is op deze foto, boven de Baltische Zee op 17 september 2019 @Defensie

Op 31 maart 2022 eindigde onze elfde opdracht in het kader van de Enhanced Air Policing Mission (EAPM) in Estland. Ten gevolge van de onrechtmatige invasie van Oekraïne door Rusland werd het Belgische F-16 detachement op vraag van de NAVO aansluitend verlengd in het kader van de nieuwe opdracht enhanced Vigilance Activities (eVA), vanuit diezelfde luchtmachtbasis van Amari in Estland.

 

Het hoofddoel van deze nieuwe opdracht is extra ontrading en tegelijkertijd solidariteit tonen tussen de bondgenoten. Deze opdracht ging van start op 1 april 2022 en zal vier maanden duren. Het detachement zal zowel trainingsmissies als eVA-missies uitvoeren. Ook staan ze klaar voor onderscheppingen in de lucht indien nodig.

De NAVO ontplooit een ongeziene mix van gevechts-, verkennings- en ondersteuningsvliegtuigen ter versterking van de Oostflank @NATO May 2022

Andere bijdragen ter versterking van het eVA luchtdispositief

 

Naast onze deelname met F-16-detachementen aan de BAP, EAPM en eVA-missies is Defensiepersoneel ook aanwezig in verschillende internationale en Belgische staven, ter versterking van het eVA luchtdispositief.

 

Zo zijn een veertigtal militairen van de Belgische Luchtcomponent permanent ingezet in de Multinational Multirole Tanker Transport Unit (MMU) in Eindhoven (Nederland) en levert de Belgische Defensie ook hier een belangrijke bijdrage a rato van 1 toestel, wat neerkomt op 1000 vlieguren op jaarbasis, met bijhorend personeel.

 

In dit multinationaal samenwerkingsverband beschikken de zes deelnemende NAVO-partners (Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Noorwegen en Tsjechië) over een eigen vloot van Airbustoestellen A330 Multirole Tanker Transport (MRTT).

Een MRTT-toestel van de Multinational Multirole Tanker Transport Unit (MMU) in Eindhoven voert een Air Refueling uit bij twee NAVO F-16 gevechtstoestellen, door middel van het advanced refueling boom system achteraan het toestel. @Defensie

Deze MRTT-toestellen worden vooral gebruikt om NAVO-vliegtuigen bij te tanken in de lucht (Air-to-Air Refueling Support), maar kunnen eveneens worden ingezet voor het vervoer van personeel en vracht, of voor medische evacuaties. In totaal zal de vloot voor het einde van 2024 beschikken over negen MRTT-toestellen.

 

Naast de eVA-opdrachten voert de MMU immers ook andere NAVO-opdrachten uit met deze toestellen, zoals bijvoorbeeld transportzendingen ter ondersteuning van diverse operaties.

 

In het kader van de NATO Airborne Early Warning and Control (NAEW&C) Force, gevestigd in Geilenkirchen (Duitsland), zijn er een aantal militairen van de Belgische Luchtcomponent ingezet in de E-3A Component. Deze internationale component ontleent haar naam aan de Boeing E-3A Sentry-toestellen die de eenheid in dienst heeft. Die zijn beter bekend onder hun acroniem AWACS: Airborne Warning and Control System. De toestellen met hun kenmerkende radar zijn een essentieel element van hedendaagse NAVO-operaties, vooral wat betreft de veiligheid van het Europese luchtruim. Dankzij de krachtige radar en de hoogte leveren zij een “God’s-eye view” van elk mogelijk conflictgebied.

Een AWACS-toestel geflankeerd door Belgische F-16’s boven Brussel tijdens het militaire defilé op 21 juli 2016 @Defensie

In het Duitse Uedem zijn er ook militairen van de Belgische Luchtcomponent ingezet in het Combined Air Operations Centre (CAOC) ter ondersteuning van de Joint Force Air Component Commander (JFACC) in Ramstein. Het CAOC is bemand met personeel van 18 NAVO-landen en is verantwoordelijk voor alle Air Policing-aangelegenheden in het Europese NAVO-luchtruim ten noorden van de Alpen. Dit omvat dus onder andere de controle over de Baltic Air Policing (BAP) en Enhanced Air Policing-missie (EAPM) van de NAVO, evenals de periodieke luchtpolitie- en bewakingsmissie van de NAVO boven IJsland.

 

Nog in Ramstein in Duitsland zijn een aantal militairen van de Belgische Luchtcomponent ingezet in het Allied Air Command (AIRCOM), dat eveneens ondersteuning levert aan de JFACC waar ook Belgische militairen werken.

De maritieme NAVO-operaties

 

De NAVO beschikt over vier permanente maritieme Task Groups (geallieerde vloten) die steeds inzetbaar zijn en een brede waaier aan opdrachten kunnen uitvoeren.

 

Op quasi permanente basis zet de Belgische Marine eenheden in binnen deze geallieerde vloten. Zo neemt er regelmatig een Belgische mijnenjager deel aan de operaties van de Standing NATO Mine Counter Measures Group (SNMCMG1) en op sporadische basis een fregat aan de Standing NATO Maritime Group 1 of 2 (SNMG1 of SNMG2)

 

De SNMCMG1 of SNMCMG2 is een internationale permanente geallieerde vloot van mijnenjagers en -vegers en heeft als belangrijkste opdracht om zeemijnen op te sporen en onschadelijk te maken. Daarnaast kan deze vloot ook helpen om piraterij te bestrijden, reddingsopdrachten uit te voeren of bemanningen van schepen in nood te evacueren. Deze vloot voert voornamelijk haar opdrachten uit in de Baltische Zee.

 

Sinds 24 januari 2022 neemt de Tripartite-mijnenjager BNS Lobelia met ongeveer 45 bemanningsleden deel aan een internationale militaire operatie van de SNMCMG1.

BNS Primula vernietigt een torpedo uit de Tweede Wereldoorlog op 19 juli 2021 @Defensie

Sinds 1 april 2022 maakt deze vloot ook deel uit van de NATO Response Force (NRF). Sinds dan opereert de BNS Lobelia in de schoot van de Very High Readiness Joint Task Force VJTF, als onderdeel van de NRF. Op 2 mei 2022 nam de Tripartite-mijnenjager BNS Primula deze taak over van de BNS Lobelia.

De bemanningen van beide schepen maken eveneens gebruik van de gelegenheid om de banden met het commando van deelnemende naties te versterken. Zo nemen ze tijdens de operatie ook deel aan tal van multinationale NAVO-oefeningen, zoals Dynamic Move, Brilliant Jump en Cold Response, Open Spirit en BaltOps.

 

De SNMG1 of SNMG2 is een internationale permanente geallieerde vloot die bij een crisis snel maritieme eenheden kan ontplooien. Deze vloot wordt voornamelijk ingezet in respectievelijk de Atlantische en mediterrane regio’s – hoewel beide beschikbaar zijn voor inzet waar nodig, zowel in als rondom Europa. Een vloot van de Standing NATO Maritime Group bestaat meestal uit vier tot zes torpedobootjagers en fregatten van de verschillende lidstaten van de NAVO, met schepen die maximaal zes maanden per opdracht ingezet worden. Ze nemen deel aan een aantal operaties, oefeningen en maritieme veiligheidspatrouilles, evenals regionale engagementen zoals het uitvoeren van havenbezoeken.

 

De fregatten van de Belgische Marine zijn in deze alliantievloten reeds succesvol ingezet tijdens verschillende operaties in wateren van de Middellandse Zee tot de Perzische Golf en de Golf van Aden, en van de Noordzee tot de Atlantische Oceaan.

Het fregat Leopold I in actie tijdens de oefening Joint Warrior in oktober 2020, met onder meer schepen uit Canada, Portugal, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. @Defensie

Onze fregatten beschikken ook over een NH-90 NFH boordhelikopter ter ondersteuning van de operaties. Deze “NATO Frigate Helicopter” is ontworpen voor onderzeebootbestrijding vanaf het fregat als moederschip. Ook kan dit toestel ingezet worden bij oppervlakte-oorlogsvoering, ondersteuning bij het onderscheppen van drugstransporten, transport van materiaal en personeel, opsporing en redding (Search and Rescue – SAR).

Waarom neemt Defensie deel aan oefeningen?

 

Buitenlandse operaties uitvoeren kunnen we niet zonder een goede voorbereiding. Elke militair die naar een operatiezone kan vertrekken, moet daarom gedurende twee tot zes maanden per jaar aan oefeningen deelnemen. Deze oefeningen, zowel ter land, ter zee als in de lucht, vinden vaak plaats in een bilateraal of multinationaal kader en dit zowel in binnen- als buitenland.

 

Tijdens onze ontplooiing in het kader van de NAVO-operaties moeten we ondanks de verschillen in doctrine, taal, structuren, tactiek en training, effectief kunnen samenwerken met onze NAVO-partners. Daarom nemen we regelmatig deel aan oefeningen in een multinationaal kader. Deze oefeningen versterken de interoperabiliteit en laten ons toe onze vaardigheden en kennis op te bouwen.

We begrijpen dat heel wat burgers ongerust zijn door de situatie in Oekraïne. Maar wie onze soldaten en militaire voertuigen in het straatbeeld ziet, onze jachtvliegtuigen en helikopters in de lucht ziet of hoort, of onze schepen voor de kust ziet varen hoeft niet te schrikken. Het gaat om geplande oefeningen, zodat we steeds klaar zijn om 24/7 waar ook ter wereld te worden ingezet.

 

#WeAreNATO #StrongerTogether #ready11united #5YearsAsOne #eFP

David Vandroogenbroeck