De KMS centraal in de strijd tegen drones dankzij het Europese COURAGEOUS-project

In een tijd waarin drones steeds meer deel uitmaken van ons dagelijks leven, moeten ordehandhavingsinstanties het lagere luchtruim goed in de gaten houden. Het Europese COURAGEOUS-project, gecoördineerd door de Koninklijke Militaire School (KMS), beoogt een gestandaardiseerde testmethode te ontwikkelen voor anti-dronesystemen. Het doel: gemakkelijker een keuze maken tussen deze systemen die drones detecteren, volgen en identificeren.

 

In de kazerne van Lombardsijde staan verschillende anti-dronesystemen opgesteld, elk met hun eigen kenmerken. Deze systemen voeren intensieve luchtscans uit om de verschillende drones die overvliegen te detecteren, volgen en identificeren. Onderzoekers gaan na welke drones door welke systemen worden gedetecteerd. Deze demonstratie maakt deel uit van COURAGEOUS, een Europees project gericht op het ontwikkelen van een gestandaardiseerde testmethode voor counter-dronesystemen.

 

Beveiliging van het luchtruim

 

Zoals de oorlog in Oekraïne aantoont, worden drones niet alleen gebruikt voor commerciële of recreatieve doeleinden. Ze kunnen ook een bedreiging vormen voor de veiligheid van militaire eenheden, de burgerbevolking en kritische infrastructuur, zowel in binnen- als buitenland. “Het is daarom noodzakelijk om systemen te hebben die drones kunnen detecteren en identificeren (een onderscheid maken tussen coöperatieve en niet-coöperatieve drones), en classificeren (een onderscheid maken tussen drones, vogels en grondobjecten)”, legt de capability manager C-UAS, majoor Van Vijnckt, uit.

 

“Momenteel hebben we nauwelijks middelen om aan deze eisen te voldoen. Maar het STAR-plan voorziet in een aantal investeringen tussen nu en 2030 om dit te verhelpen.” ( Beldefnews | STAR-plan goedgekeurd (mil.be))

 

Een testmethodologie voor een overvloed aan systemen

 

Om de veiligheid van het luchtruim te garanderen, moeten ordehandhavers de juiste counter-dronetechnologie kunnen kiezen. Het doel van het COURAGEOUS-project is om een testmethodologie te ontwikkelen waarmee een betrouwbare vergelijking kan worden gemaakt tussen de verschillende systemen voor de bestrijding van Unmanned Aerial Systems (UAS), zowel op het vlak van kwaliteit als kwantiteit.

 

“Er zijn al veel dronedetectoren op de markt, maar het is moeilijk om hun performantie vast te stellen”, legt Geert De Cubber, research engineer bij de KMS en projectcoördinator, uit. “Het probleem is dat verschillende bedrijven momenteel beweren dat hun detector 90% of 95% van de drones ziet, maar er bestaat geen gestandaardiseerde testmethode. Deze prestatieclaims zijn dus waardeloos. Daarom willen we een gestandaardiseerde methode creëren, zoals die ook voor wagens bestaat.”

 

Ordehandhavers, onderzoeksinstellingen en industrie

 

“Alle belanghebbenden zijn samengekomen om hun expertise te delen en de vereisten voor de industrie te verduidelijken. Dit stelt de sector in staat om de ontwikkeling van systemen daarop af te stemmen”, vervolgt majoor Van Vijnckt. “Daarnaast kan een universiteit onafhankelijk en objectief onderzoek doen om de effectiviteit van een bepaald systeem of de bijbehorende risico’s te bepalen. De nauwe samenwerking tussen Defensie, onderzoekinstituten zoals de KMS en de defensie-industrie zien wij als een zeer sterke meerwaarde.”

 

Het COURAGEOUS-project wordt uitgevoerd door een consortium van Europese partners, onder leiding van de KMS. “De helft van het consortium bestaat uit ordehandhavers”, vertelt De Cubber. “Dit zijn de Federale Politie van België, Estland, Griekenland, Spanje, Luxemburg en Roemenië, maar ook bijvoorbeeld Interpol. Daarnaast zijn ook onderzoeksinstituten en eindgebruikers uit deze landen bij het project betrokken.”

 

Een vooraf geteste standaard in 2024

 

In een tijd waarin technologie snel evolueert, is het van cruciaal belang om gelijke tred te houden met nieuwe bedreigingen en oplossingen te vinden om ons luchtruim veilig te houden. Het COURAGEOUS-project heeft als doel om tegen september 2024 de eerste voorgestelde testmethodologie te ontwikkelen.

Wilge Decraene

Gert-Jan D’Haene

Mathieu Duhembre