Maak kennis met de Belgische delegatie voor Invictus Games ’22: deel 2.

Na een uitstel van twee jaar omwille van de coronapandemie vindt van 16 april tot en met 22 april de Invictus Games 2020 (IG20) plaats. Het strijdtoneel voor deze vijfde editie is het Nederlandse Den Haag. Voor het eerst is er ook een Belgische delegatie aanwezig. In de drie weken voorafgaand aan de Invictus Games kan u kennismaken met elk van onze deelnemers. In dit tweede artikel stellen we het team voor dat in actie zal treden voor de 4×50 meter aflossing in het zwemmen.

 

De deelnemers zwemmen de 4×50 meter estafette in het Hofbad in Den Haag op dinsdag 19 april. Het Belgische team bestaat uit vier deelnemers: Frederic van Lippevelde zal starten, gevolgd door naamgenoot Frederik De Keyzer. Eric Estievenart zal de derde 50 meter voor zijn rekening nemen, gevolgd door John Corten als hekkensluiter.

 

Frederik van Lippevelde: een ongelukkige val

 

Frederik is reeds gepensioneerd. Hij werkte bij 2 Commando als chauffeur van de compagniecommandant toen hij tijdens een zending in Somalië ongelukkig ten val kwam.

 

“Een tiental dagen voor ik naar België zou terugkeren, ben ik gevallen tijdens het vastmaken van het losgekomen dekzeil van een jeep”, begint Frederic zijn verhaal. Hij brak daarbij zijn ellebooggewricht. “Mijn arm stond 180 graden gedraaid en ik liep inwendige bloedingen op.  Daarnaast verloor ik ook het gevoel in twee vingers, al heeft dat zich gelukkig hersteld”, vertelt hij.

 

Na het ongeval werd hij ongeschikt verklaard als commando en koos voor een job dicht bij huis. 25 jaar werkte hij op de sportdienst van de genieschool in Jambes, ondanks het feit dat hij geen monitor was. “Omdat ik goed kon zwemmen, ben ik redder geworden. Daarnaast deed ik nog andere taken, zoals het onderhoud van mountainbikes of het toezicht bij de powertraining”, vertelt Frederic.

 

Toen Frederic hoorde dat men een team wilde samenstellen voor de Invictus Games heeft hij zich meteen aangeboden. “Het is een zeer mooie opportuniteit die ik met beide handen wilde grijpen. Ik was blij dat ik bij het team mocht vervolledigen”, zegt hij opgetogen. “Bovendien zijn we een leuke groep met een goede ambiance. We begrijpen elkaar, ondanks dat iedereen wat anders heeft meegemaakt.”

Frederik De Keyzer: Waarom stilstaan bij wat je niet meer kan?

 

Frederik De Keyzer werkt momenteel op de personeelsdienst van het Militair Hospitaal. Het noodlot sloeg toe tijdens zijn studies tot technoloog medische beeldvorming, een job die hij na het ongeval nog 10 jaar heeft uitgevoerd.

 

“Ik werd in juni 2010 omvergereden door een dronken chauffeur”, zegt Frederik kort en krachtig. Daarbij liep hij ernstige breuken op en na enkele dagen moesten ze zijn rechteronderbeen amputeren. “Ik heb het er nooit echt moeilijk mee gehad. Ik ben geen salamander, er terug aangroeien zou het niet doen”, zegt hij al lachend.

 

In september 2010 vatte Frederik zijn laatste jaar van zijn studies aan. Zeer vastberaden vertelt hij: “Het leven gaat verder en ik wilde beginnen aan de revalidatie. Ik heb mij daarop geconcentreerd. Waarom stilstaan bij wat je niet meer kan in plaats van bij alles wat je nog wel zal kunnen?”

 

Het team van IG20 heeft een speciale betekenis gekregen in het leven van Frederik. “Je merkt dat de groep helpt om de ziekte of de handicap te aanvaarden, ook voor mensen buiten ons team”.  Met een grijns gaat hij verder: “En de slechte grapjes, die zijn ook aanwezig! Ben je met het verkeerde been uit het bed gestapt bijvoorbeeld.” Gelukkig kan iedereen er mee lachen en dat maakt het net plezant.

Eric Estievenart: Een nieuwe missie

 

Eric is sinds een jaar op pensioen, maar was voordien RSM van de 15 Wing Luchttransport. Zijn basisfunctie sportmonitor en instructeur survival was na zijn ongeval helaas niet meer mogelijk.

 

“4 januari 2004 is een datum die ik nooit zal vergeten”, begint Eric. Ook hij had een ongeval op weg naar het werk. “Een vrachtwagen had me niet gezien en heeft me omvergereden, om vervolgens over mijn been te rijden. Toen de chauffeur uitstapte en mijn been zag viel hij meteen flauw”. Eric vroeg daarom een getuige om hem in de ogen te kijken, zodat ze samen de eerste zorgen konden toedienen. “Dat is het voordeel van militair zijn. Je weet wat je moet doen”, gaat hij verder, “maar je weet ook dat je been verloren is”.

 

Toen Eric na de operatie wakker werd, kwam de echte klap. “Ik was een zeer sportief iemand: sportmonitor, oriëntatielopen, survival, redder in het zwembad, … Dat was allemaal niet meer mogelijk”, zegt Eric beladen. Het heeft twee jaar geduurd om alle facetten aan de amputatie te aanvaarden: het accepteren dat je een deel kwijt bent, het leren werken met de prothese, de blikken van de mensen.

 

Sport is altijd zeer belangrijk geweest voor Eric en na de amputatie is hij blijven sporten, zij het op een andere manier. Het team heeft zijn leven veranderd: “Ik val mijn omgeving niet graag lastig met mijn problemen, maar in onze groep ben je onder gelijken. Daar kan ik de problemen wel bespreken. Al ziet mijn vrouw het wel hoor, wanneer het eens even niet gaat”, zegt hij met een lach.

 

De Invictus Games zijn een zeer mooi initiatief voor Eric. Hij vertelt enthousiast: “Na mijn ongeval was het alsof ik al dood was. Je bestaat niet meer. Nu kunnen we opnieuw ons land representeren. Niet alleen ons land trouwens, maar alle gehandicapten. Het is een nieuwe missie voor ons.”

John Corten: Het was mijn beslissing en ik sta er nog steeds achter

 

John werkt momenteel op de dienst arbeidsgeneeskunde in Leopoldsburg. “Voor het ongeval was ambulancier, maar daar ben ik vrijwillig mee gestopt. Je bent met mensenlevens bezig, ik vond dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen”, zegt hij.

 

John had een grote passie: motoren. Helaas werd net dit hem noodlottig. “Ik heb een zware val gemaakt waarbij ik onder de vangrail door gevlogen ben. Tot op vandaag is het nog steeds een raadsel voor de politie. Het is niet dat ik te snel reed of vreemde manoeuvres uithaalde”, zegt hij schouderophalend.

 

Pas twee jaar na het ongeval hebben artsen zijn onderbeen geamputeerd, omdat er een bacterie op het bot zat. “Voor de amputatie kampeerde ik bij wijze van spreken in de zetel. Ik kon me niet meer verplaatsen zonder wandelstok. Het was grotendeels mijn beslissing en ik sta er nog steeds achter”, vertelt John gedecideerd. “Natuurlijk heb ik moeilijke momenten en vloek ik soms eens”, lacht hij.

 

John is nooit echt een sportief persoon geweest. Hij lacht: “Ik deed de verplichte nummertjes, maar meer niet. Sinds ik een deel van het team ben, heb ik plezier gevonden in sporten. Je ziet wat anderen kunnen zonder been en je wil hetzelfde. Het is een constante motivatie om beter te worden, om je grenzen nog verder te verleggen.”

 

De groep en IG20 zijn belangrijk voor John, omdat er het contact is met gelijksoortige mensen. Maar wat voor hem nog belangrijker is, is dat het toont dat Defensie werk maakt van re-integratie. “We worden niet bedankt voor bewezen diensten en op medisch pensioen gezet, maar we mogen nog werken binnen de grenzen van het mogelijke. Dat is enorm belangrijk.”

Nathalie Mylle

Nathalie Mylle